woensdag 14 september 2011

Tsead Bruinja





Instinctief vertrouwen dat schoonheid ontstaat
door Remco Ekkers
Uit de strakke Friese polder naar de chaos van de grootstad. Ergenstussen Fries en Engels en Nederlands in zoekt Tsead Bruinja zijnweg. 'Niet alles hoeft geduid, laat maar wat onduidelijkheid bestaan.'Deze jonge dichter die ook op het podium zijn streng trekt, probeert,onder een stortvloed van creatieve aanvechtingen, zijn eigen poëtischestem te beluisteren en zo tot rust te komen.
' In de tweede Nederlandstalige bundel van Tsead Bruinja zoektde dichter inspiratie in de dorpskroeg van zijn jeugd waar zomersde cv volop aanstaat en de liefde onbeantwoord blijft. Er is weliswaarnog steeds een antiburgerlijke stem aan het woord, maar deze stemverbergt niet langer angst. Integendeel, op vrolijke en wrangewijze wordt hier gesproken over de wreedheid die samenhangt metde liefde en over de verlammende ellende, de honger en het lijdendat in de jaren tachtig van de beeldbuis spatte. In plaats vanmorele antwoorden op de problemen van de actualiteit te gevenwordt haar dynamiek verkend. Er wordt vernield, een verloren liefdebetreurd, en er is dorst. Hier is een gezelschapsdier aan hetwoord dat een feestje geeft voor de ongenode gasten uit zijn verleden.'( Deze tekst staat op de website van de dichter: www.tseadbruinja.nl)
Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) woont in Amsterdam. Hij studeerdeEngels en Fries aan de Rijksuniversiteit Groningen en schrijftin het Nederlands en in het Fries. Hij publiceerde onder anderein Hjir , Ravage , Zwart ijs en op RottendStaal Online . In 2000 debuteerde Bruinja in Friesland metDe wizers yn it read ( De wijzers in het rood )bij Uitgeverij Bornmeer. Samen met het collectief Gewassen (livemuziek, beeld, rap en poëzie) won hij het Hendrik de Vries-stipendium2002. Zijn Nederlandstalige debuut 'Dat het zo hoorde' werd genomineerdvoor de Jo Peters Poëzieprijs.


Waar kom je vandaan?
'Ik ben geboren in een huis tussen de weilanden. Ik heb twee zussen;ik was de middelste. We zijn verhuisd toen ik acht was, naar hetdorp Kollum. Was het comfortabel? Ja, ik hou erg van vrouwen.'
Het waren lieve zussen.
'Ja. Ik heb nog een goed contact met ze. Het was een goede tijd.Ik hield niet zoveel van het lange fietsen naar school, maar verderwas het goed. Ik ben het later wel heel erg gaan koesteren. Devrijheid. Bij ons was er echt nog een boer die bijna alles metpaard en wagen deed. Ik heb naast hem op de wagen gezeten. Grasmaaien met een grote machine. De hooischuur. Als kind heb ik veelin het hooi gespeeld. Dat was wel eens gevaarlijk, vanwege derotte vloeren en de kwaaie boeren.'
Je bent helemaal Friestalig opgevoed?
'Ja. Thuis spraken we Fries, maar ik kon al vrij snel Nederlandsspreken. Dat leerde ik van de radio en de tv. Later ook op school.Het Fries en het Nederlands lijkt zoveel op elkaar dat elk kinddat vrij snel uitvogelt.'
Was je op school al een taaljongetje?
'Ik was een fantasiejongetje. Ik leefde toen al veel in mijn hoofd.Ik luisterde veel naar muziek. Je mocht op maandag een opstelschrijven en dan mochten we kiezen uit wat je in het weekend hadmeegemaakt of je mocht iets verzinnen. Ik heb maar éénkeer niet een opstel, maar een tekening gemaakt van het weekend.Ik bedacht liever iets nieuws. Mijn onderwijzer kon er geloofik niet veel mee. Hij gaf een cijfer voor de fantasie en voorde stijl. Hij vond het te veel van de hak op de tak. Het was allemaalnogal associatief.
De middelbare school deed ik eerst in Kollum, de mavo, want ikhad de citotoets heel slecht gemaakt - nerveus, faalangst. Datis ook één van de redenen waarom ik mijn studieEngels niet heb afgemaakt. Die eerste klas ging veel te goed,allemaal negens en tienen. Dus de tweede klas deed ik in Leeuwarden.Dat was een ouderwetse school en dat sprak me wel aan. Een beetjediscipline kon ik wel gebruiken. Om zes uur op en elke dag minstenstwee en een half uur in de bus. Daar deed ik atheneum met Latijn.Tijdens het eerste jaar overleed mijn moeder en daarna ging hetniet zo goed. In de derde ging het niet meer; wiskundeformulesuit mijn hoofd leren, ik was tevergeefs verliefd en ik moest werkenom mijn zakgeld bij te spijkeren. Ik wilde cd's en merkkledingkopen omdat ik er bij wilde horen. Zo dwars en eigenzinnig wasik dus ook weer niet. Wel tegen de leraren. We waren met een paarjongens die Fries spraken en toen zijn we Fries tegen een leraresgaan praten. Die werd pisnijdig, terwijl ze het heel goed konverstaan.
In de vierde ben ik overspannen geraakt. Ik ben halverwege hetjaar uitgestapt. Het reizen brak me ook op. Ik had last van migraine.Daarna ging ik in Buitenpost op school. Dat dorp lag veel dichterbij huis, zodat ik op de fiets kon, in twintig minuten. Ik kwamweer in de vierde klas, maar dat was een makkie, want ze warenin Leeuwarden verder. Freewheelen, bier drinken. Ik ging steedsmeer andere dingen doen; druk met muziek, gitaar spelen, probereneen cd op te nemen en ik werkte heel veel. Dat vond ik prettig.Latijn had ik jammer genoeg niet meer.
Literatuuranalyse bij Nederlands vond ik verschrikkelijk. Ik waser niet goed in; die voorgeschreven weg! Ik moet mijn eigen manierkunnen volgen.'
Je ging Engels studeren.
'Ja. Ik was ver, moest alleen nog een scriptie en twee essays,maar inmiddels had ik het zo druk gekregen. Ik schreef gedichten,eerst in het Nederlands, toen in het Fries en die Friese gedichtenwerden gepubliceerd in tijdschriften. Daarvoor had ik alleen nogin het Engels geschreven, gedichten ook. Ik las Clockwork Orange, 1984 , Brave new world en Kerouac en popsongs.Dat waren geen eenvoudige teksten. Ik begreep er niet veel vanen dat vond ik prettig. Ik begreep de woorden wel, maar... BijvoorbeeldJim Morrison van the Doors. Prachtig. Dat speelt nog steeds. Ikwil mijn eigen gedichten niet vaag maken, maar ik hoef ze ookniet helemaal te begrijpen.'
Het hoeft niet geduid worden.
'Of juist op verschillende manieren. Je moet een beetje mee kunnenveranderen.
Ik ging Engels studeren om beter te leren schrijven in het Engels.Dat was mijn droom. Als Kerouac in een hutje ergens in Amerika,schrijven. Een grote Amerikaanse roman. Ook al vrij snel poëzie.Ik richtte me op Walt Whitman en later William Carlos Williams.Ginsberg. De poëzie van Kerouac wordt onderschat.
Shakespeare? Later pas. Op de middelbare school las ik voor mijnlijst The Merchant of Venice . Dat vond ik vreselijk. Datkluchtige. Ik was heel serieus en pretentieus. Nu kan ik wel tegenHollywood-comedy's. Maar toen! Het moest wel ergens over gaan!Geen flauwekul. Het leek me toen te veel een trucje.'
Waar wilde je naar toe?
'Ik wilde schrijver worden. Ik leerde mensen kennen die veel optraden.Ik hoorde Kopland voorlezen. Ik ging naar de presentatie van Hethogere Noorden . Kwam bij een literair café Koekoeken daar ging ik al vrij snel dingen organiseren, het programmaverzorgen. Toen kwam 'Dichters in de Prinsentuin' . Watik toen wilde was: literaire festivals organiseren, literaireavonden en zelf schrijven en veel optreden.'
Toen je de beslissing nam op te houden met de studie, had jein je hoofd: ik wil mijn brood verdienen met optreden en poëzie.
Het begon steeds beter te gaan. De festivals liepen goed en depublicaties in het Fries. Mijn Nederlandse poëzie was toennog niet goed genoeg, voor een deel. Ik werd gevraagd voor deredactie van Hjir. In mijn studie ontmoette ik Faulkneren ik leerde van hem literaire technieken. Hij experimenteerdevrij veel. Hij schreef bijvoorbeeld een verhaal vanuit een autistischejongen. Daarna volgde ik een vak over Cormac McCarthy . Dat speeldeook in het zuiden van Amerika...zwaar en wrang. Het plattelandspeelt ook een grote rol. Donker, niet vaag. Het landschap isbij hem soms bijna een personage. Hij velt geen oordeel, laathet landschap spreken. Ik volgde ook graag African-American literature.De Nederlandse literatuur vond ik te gewoon, te weinig verbeelding.
Nu lees ik vooral Nederlandse poëzie. Voor radio Oog (Groningen)heb ik samen met Daniël Dee en Maria van Daalen wekelijkseen Nederlandse roman en een bundel besproken. Dat was nuttig,als discipline. Dat was in 2002-2003. Ik herinner me Leon de Winteren Brouwers. Ivoren wachters ...vooral dat beeld van die rotte tanden. Dat blijf je in je mond voelen.'
Daar spreekt de dichter.
'Ja, ik wil het voelen. De Avonden heb ik niet uitgelezen.De stijl sprak me destijds niet aan.'
Waar wil je naar toe?
'Ik heb heel veel opgetreden en ik wil wel wat meer rust om tedenken en te schrijven. Toch houd ik veel van het optreden. Iktreed nu op met een muzikant, Jaap van Keulen. Geweldig. Maarik ben een huismus. Ik reis niet graag. Voor een optreden wel.Stuur me naar de Noordpool om op te treden voor een paar Eskimo'sen ik ga.
Ik woon sinds kort in Amsterdam. Ik zou wel ergens aan zee willenwonen en wat meer tijd hebben, maar ik ben springerig. Ik moetmezelf bezig houden door verschillende dingen te doen. Ik wilook wel simpel werk doen, als mijn poëzie niet meer in desmaak valt of niet meer goed is en ik geen werkbeurs meer krijg,om wat geld te verdienen, maar ik wil geen tijdrovend, opslokkendwerk doen. Ik moet ruimte hebben om na te denken. Bij simpel werk kan dat.'
Een roman?
'Ja, daar werk ik nog aan. Tamelijk conventioneel. Lastig om deheldere lijn vast te houden. De volgende wordt meer associatief.Ik heb nu te veel projecten. Voor een roman heb je rust nodig.
Mijn ambitie is ook wat meer stukken te schrijven. Ik heb neteen stuk geschreven voor de Wintertuinkrant. Ook teksten die watmeer in de buurt komen van het academische of beschouwende. Overtaal en de relatie met muziek. Hoe taal werkt en het instinct.
In mijn poëzie probeer ik mijn denken een beetje voor degek te houden door associatief te schrijven en dan toch uit tekomen bij iets dat communiceert.
Een droom. Je hersenen verwerken alle informatie die binnenkomt,dat wordt gerangschikt en dat lijkt dan een verhaal. Daarom kunje het onthouden of er over nadenken. Op die manier werkt voormij poëzie ook. Alle input, wat je meemaakt, hoort of leest,probeer je op een intuïtieve manier te rangschikken. Daarnakijk je wat je er verder mee kan doen. Ik heb het nu over hetbegin van het ontstaan van een gedicht.'
Dus als ik vraag: wat bezielt de dichter?,dan is je antwoord:Hoe mijn hersenen werken.
Misschien eerder: het ontdekken van zingen. Zingen is heel belangrijk.Ik vind schrijven ook zingen. Het gaat om de stem. Ik zie poëzieals een vorm van zingen en niet als een vorm van praten. Het muzikaleaspect is bij het ontstaan van het gedicht belangrijker dan de gedachte.'
Waarom wil je het zingen ontdekken?
Ik heb ervaren dat het zingen mij bevalt. Door de improvisatie,de frasering en het lichamelijke van het zingen ontdek je mooiezinnen. Die zinnen leggen vervolgens weer iets bloot.
Zingen maakt je gelukkig.
'Ja. Als je naar Frank Sinatra luistert, hoor je door de jarenheen hoe zijn frasering verandert en volwassener wordt. Zangersdie ouder worden, kunnen vaak minder kracht inzetten, maar zezingen mooier, omdat ze kleinere verschillen kunnen maken. Datis iets wat me fascineert in poëzie. Daarom gebruik ik veelherhaling. Hele kleine dingetjes laten verschuiven. Dat is eensoort frasering. Je moet het nog een keer lezen. Bijvoorbeeldeen gedicht waarin meerkoeten en eksters voorkomen en later meerkoetenen kraaien. Kleine verschuivingen. Daar word ik gelukkig van.`t Gaat er om hoe je het zegt. Het is niet alleen de fascinatievoor denken of hersenen. De stijl van het zingen is belangrijk, de techniek.
Ik ben geen geweldige zanger. Daar gaat het niet om. Hoe veranderende dingen als je iets wijzigt? Als je ergens anders de klemtoonlegt. Op papier: hoe een regel verandert als ik er een spatie voor zet. Dat is luisteren naar intuïtie. Dat heeft te maken met lef opbrengen, durven naar je eigen stem te luisteren.
De manier waarop ik poëzie schrijf, daagt me uit om steedsscherper te worden in mijn intuïtie. Dat je meer durft naarje zelf, naar die gekke associaties. Later komt natuurlijk het kritisch vermogen, dan ga je het goed bekijken. Het moet wel kunnen communiceren.'
Ontdekkingstocht naar jezelf? Hoe zit ik in elkaar? Wie ben ik?
Nee, dat interesseert me niet. Wel hoe de mens is. Ik heb een vrij animale kijk op de mens. Hoe overleef je? Hoe ingewikkeldook. Waarom doen mensen dingen zoals ze ze doen? Daar voel ikeen soort verantwoordelijkheid voor. Hoe reageren mensen?
In spreken is er zoiets als 'saving face'. Je gaat iemand nietzomaar beledigen. Je hebt allemaal fatsoensnormen. Je spreektiemand aan en dan hou je rekening met die ander. Doe je dat voordie ander? Daar geloof ik niet zo in. Dat doe je voornamelijkomdat je je kunt voorstellen hoe jij het zou ervaren.'
Handel steeds zo als je zelf behandeld wilt worden.
'Zo eerlijk mogelijk ten opzicht van je eigen denken staan. Dat probeer ik. Egoïsme is niet noodzakelijk slecht. Ik ben hetgelukkigst als ik ruimte heb en als ik verschillende dingen kandoen en als ik met poëzie bezig ben. Er zijn geen vaste wettenin de poëzie. Nu zit het zo in elkaar en de volgende keeranders. Het is een soort vals spelen. Je moet heel veel opschrijven,niet bewust, niet bewust zoeken hoe het in elkaar zit. Je leestzo veel en schrijft zo veel dat er zo nu en dan iets boven komtdrijven. De deur van perceptie wordt schoongemaakt door jezelfte overstelpen met informatie, te bedwelmen haast. Zei AldousHuxley dat niet in navolging van Rimbaud of Baudelaire? Je moetinformatie wantrouwen en toch heel veel tot je nemen, omdat jeweet dat je het filter dat je hebt ontwikkeld, wel kunt vertrouwen.
Het moet waarde hebben, tijdelijk. Absolute oordelen moet je wantrouwen.'
Dient het een hoger doel? Verlangen naar een betere wereld?
'Dat weet ik niet. Poëzie dient geen doel. Er is wel eenverlangen naar schoonheid. (In Batterij zitten wel eenpaar maatschappij-dingen. Maar poëzie heeft niet veel temaken met maatschappelijke standpunten. Ik ben goed bevriend metMowaffk Al- Sawad en met Al Galidi. Er is genoeg maatschappelijkediscussie. De verhouding oost-west...[niet in PK]) Ik verlang steeds naar nieuwe, spannende schoonheid.'
Een bijna instinctief zoeken naar schoonheid.
'Een instinctief vertrouwen dat die schoonheid ontstaat door de manier waarop ik zoek.'
Uit je biografie blijkt dat je verlegen was, maar je hebt ookeen sterke behoefte om op te treden, je te laten gelden.
'Van een grote groep mensen word ik niet blij. Feestjes boeien me niet. Van uitgaan hou ik ook niet.'
Een grote zaal vind je verrukkelijk. Dat doe je met een vanzelfsprekendgemak.
'Er voor staan vind ik prima.'
Als een hoogleraar moderne letterkunde, bijvoorbeeld GillisDorleyn, je interviewt voor publiek, voel je je niet klein.
'Je moet het vertrouwen van een publiek veroveren. Je moet iets uitstralen. Ik probeer een bepaalde rust en relativering, eensoort ernstige humor te creëren. Het publiek moet willenluisteren en niet het idee hebben: hier staat iemand verschrikkelijk moeilijk te doen. Ik wil vertrouwen winnen en laten zien dat ikmet hen in gesprek ben, ook al zeggen ze niks.
Ik heb respect voor Gilles, maar in die rol van interviewer ishij een collega, iemand die geïnteresseerd is in de gedichten.Dat is bij hem heel echt. En ik ben geen beginneling meer. Ikheb nu vijf bundels geschreven en daar flink over nagedacht. Veel opgetreden, veel gelezen. Ik hou niet van valse bescheidenheid.'
Je behoort tot de generatie van internetdichters.
'Wat is dat? Ik weet niet of dat zo is. Mensen met een website?Dat is heel divers. Ik ga met heel veel groepen om. Bedoel jeook dat mijn generatie zich met pr bezighoudt? Dat doe ik heelbewust. Dat moest wel. Ik publiceerde eerst bundels in het Friesen bij landelijke tijdschriften hoefde ik niet aan te komen. Hetinternet functioneert nu als toneel. Bart F.M.Droog was een vanmijn beste vrienden toen ik in Groningen woonde. Hij is heel belangrijkvoor mij. We hebben samen gewerkt aan publicaties op het internet(TB - de voorafgaande zin begrijp ik zelf niet helemaal, hoewelBart FM Droog en ik wel eens op en aan websites hebben samengewerkt). Het gaat snel en goedkoop. Je kunt mensen een idee gevenvan je werk, van je voordracht. Op mijn site staan recensies,goed en slecht, dat vind ik leuk om bij te houden. Een paar keerper week. Optredens bijhouden. Laatst dat MTV-filmpje er op zetten.'
Voor oudere dichters was dat een vloek, zichzelf verkopen.
'Ik word er op aangesproken. Men verwijt je dat je naar een soortpopsterrendom streeft. Ik wil best bekend zijn, maar als je mijnwerk leest, merk je dat ik daar geen compromissen voor wil sluiten.Als je optreedt mag je best wat uitleggen om een gedicht te introduceren.Je mag het publiek wel helpen. Ik zorg er wel voor dat er goedefoto's gemaakt worden voor de pr. Ik zet mp-drietjes op mijn websiteen ik zorg er voor dat ik via Google makkelijk gevonden word.Die site is handig voor mensen die mijn werk willen bestuderen.Er is onlangs een scriptie geschreven over Dat het zo hoorde.
De dichters van Epibreren hebben in het begin van alles gedaanom op de kaart te komen: optredens regelen voor weinig of geengeld. In de auto stappen en een end rijden door de sneeuw vooreen jeugdhonk. Voor niks of reiskosten en een broodje voor eenrumoerige zaal staan. Zo ging het vroeger met rock 'n roll. Ikvind het leuk om op te treden en je moet je naamsbekendheid vergroten.
Uiteindelijk is wat je wilt: gelezen worden. Het vergroot je naamsbekendheiden het geeft zelfvertrouwen, waardoor je meer dingen durft. Jekunt je verder ontwikkelen.'
Je bent ook niet te beroerd om een bloemlezing Kutgedichtenuit te geven.
'Ik vind het aardig om mezelf een beetje belachelijk te makenen het lokt discussie uit. Je komt erachter wie waar staat. Sommigedichters wilden er niet in. Dat is hun goed recht, maar ik denk:je mag wel een beetje relativeren. Ik vind het bij literatuurhoren, bij kunst. Ik was gevraagd een bloemlezing te maken vooruitgeverij Passage. Ik wilde dat met Daniël Dee doen. Wegingen brainstormen en kwamen op kutgedichten. Wat doen we? Wemaken een heel serieuze bloemlezing. Het is niet alleen om telachen. Ja, het is een flauwe titel, maar dat mag. Andrévan Duin vind ik ook best grappig.
We gaan nu klotengedichten maken. Niet gemakkelijk want de spelregelis: er mogen alleen gedichten met kloten of ballen in. Geen pikkenen ook niet als iemand 'klote' zegt.
Het is ook een excuus om heel veel gedichten te lezen, want jevindt ze nog niet zo gemakkelijk. Middagen lang in de bieb zitten.We zitten verder te denken aan vlagedichten. Het eerste vla-gedichtvonden we bij H.H. ter Balkt.'
De titel van je nieuwe bundel, Batterij, heb ik begrepen als:datgene wat me voedt, is mijn jeugd.
'Voor mij is Batterij iets anders. Veel van mijn poëziegaat, als je het achteraf bekijkt, over afstand, vorm. Er is altijdeen kern en iets er omheen. Batterij is voor mij ook demens. De mens als container, als vaas, voor de ziel of wat danook. Batterij als houder.
Batterij heeft ook een agressieve betekenis, in de artillerie.Het is voor mij een wrede bundel, waarin ik agressie verken. Hijsluit aan bij mijn Friese roman. Die gaat over de plek van mijnjeugd, maar is verder volkomen fictief.
Vaas had misschien ook gekund, maar het is een beetje eengevaarlijk woord vanwege Faverey.
Saskia de Jong heeft net een interessante bundel geschreven, Zoektvaas. Dan denk ik: daar heb je die vaas weer, de vaas op tafelvan Faverey. Voor ik daarmee in gesprek ga, wil ik het eerst evengoed uitzoeken, zodat ik er iets zinnigs over kan zeggen.
In het motto heb je meteen de stem:
'Ik herinner me dat er ooit zo tegen me werd gesproken
stem jij was er eerder ook zeggen ze
wat een grappige leugen
vind je ook niet
jij en ik stem
jij en ik tegen de anderen
nog even
jij en ik
tegen de rest

(opmaak is in bundel anders)
Er zit iets geheimzinnigs in die stem, zoeken naar die stem.
'Het gaat voor mij over de illusie dat ik nu kan denken aan watik gister deed en dat degene die ik kan bedenken die ik was. 'stemjij was er eerder ook zeggen ze' De illusie van eenheid: ik gisterzou ik nu zijn. Dat is niet waar. Ik ben er nu.'
Daar ben je van overtuigd?
'Redelijk. Ik speel er mee. Het heeft een functie dat je denktdat je er gister was en dat je dingen deed. Dat twintig jaar geledenmijn moeder stierf en dat ik denk dat dat nu een bepaalde invloedop mijn leven heeft. Als je niet een soort eenheid zou voelen,zou je gek worden. Als het allemaal losse stukjes zijn. Maar ikwil er wel mee spelen. Het is belangrijk - dat is die eerlijkheid- dat ik het ook kan zien als een illusie. Als ik er mee werk,geeft het diepte aan het schouwspel, de poppenkast, de projectie.'
Heeft dat verband met de opvatting dat deze tafel volgens denatuurkunde meer leeg dan vol is, een verzameling dansende moleculenen de alledaagse ervaring dat hij stevig is? Wat is de waarheidover deze tafel?
'Het zijn allemaal uitspraken van mensen; ze bedenken iets. Watde waarheid over de tafel is, hangt af van degene die spreekten hoe hij uit zijn bed is gestapt.
Het idee dat taal een illusie is, omdat het ding niet hetzelfdeis als het woord, begrijp ik. Je moet dat weten als je schrijft.Maar de taal is tegelijkertijd geen illusie, want zij bestaat.Als ik een woord zeg, bestaat het.
Ik geloof er in het idee van het begrip Tsead te wantrouwen.Je moet dat met een gezond gevoel van humor en wantrouwen te lijfgaan. Ik ben een bundel eigenschappen èn ik ben iets datnu niet uit elkaar valt. Ik-nu is iets anders dan ik-morgen. Hetis belangrijk om je dat te realiseren. Je moet het niet de heletijd denken. Het is een grappige leugen. Die ik is iemand dienadenkt. Ik meen me te herinneren dat ik ooit heb nagedacht. Datdenken zo werkt. En dat de aaneenschakeling van projecties hetik maakt.'
Op de volgende bladzijde staat: '...kind dat buiten nacht komtzeggen'.
'Dat is een regel uit een gedicht van Marga Kool. In de eersteafdeling maak ik gebruik van mijn jeugd in Kollum. Elementen uitdie jeugd, De tijd van Live Aid, honger in Afrika. Moet je jedaarbij neerleggen?'
Je gebruikt geen interpunctie, geen hoofdletters.
'Ik vind het niet mooi. Het is een puur esthetische beslissing.Dat pure klopt waarschijnlijk niet, omdat het een combinatie isvan esthetiek, de meerduidigheid en het dwingende rimte.'
een jurk met knopen die op haar knieën hing
die nog niet dichtgeknoopt was
schaduw
kuiltjes in haar lemen wang
teleurgesteld kijken als hij niet achteropspringt en de bus pakt
zeggen over mijn borsten zou je niets te klagen hebben
zeggen maar mijn kont is een ander verhaal
er zijn dagen waarop elke ontmoeting
een verregende wedstrijd lijkt
denk ik speel dit maar
ik ben dit niet
mijn mond is voller en steviger er is
geen rooster dat mijn mond kan vangen
en er is altijd aas
dat grotere roofdieren
achterlaten
© Tsead Bruinja
Het heeft het effect dat je heen weer kunt lezen en dat je alslezer zelf de grenzen moet bepalen.

'Vanaf het begin dat ik schreef is het mijn kracht geweest datik regels in elkaar over liet lopen. Het moet een beetje buitelen.De popteksten zullen wel invloed hebben gehad. In de cd-boekjeszie je ook geen punten of komma's.
In het gedicht dat je aanhaalt heb ik het over een vrouw die zitte plassen. "kuiltjes in haar lemen wang" vind ik eenmooie regel. Leem is hard, glad. Het is een associatie.
Ik speel nu een andere rol dan wanneer ik schrijf. Nu interpreteerik. Met "geen rooster" bedoel ik: ze is onafhankelijk.Er is geen computer die mij na kan doen. Een rooster is een grid.Een programma bestaat uit vectoren, waarbij een vak later wordtingevuld. Je kunt scannen en dan maak je uit gaas een omtrek.Er is geen rooster hier; haar mond is uniek. En
"aas" en "grotere roofdieren": er is altijdwel een jongen die door mooiere meisjes is afgewezen.
De afdeling begint met dat meisje dat het dorp binnenkomt.
het lichaam van morgen
dat haar vandaag binnenhaalde
als een loopse toevallige bruid
als een overwinning
het weet niet wat deze kleine brief
zal aanrichten in zijn rustige dorp
niemand weet dat

© Tsead Bruinja
Het is een beeld van wat de wereld van die jongen binnenstapt,bijna vanuit de tv.
vier en een half volt legotreintje
verdwijnt in de groene tunnel
van papier-maché
twee jongensbenen in de lange
blauwe broekspijpen
van een jeans
de moeder als man in uniform
de vader als vrouw thuis
wie speelt voor god
wie kiest het scharnier
hij trekt de stekker uit de houder
en legt zijn tong tegen de polen
vier en een half volt tong
trekt zich terug
in de mond van een tunnel
de tong als mond
praliné
© Tsead Bruinja

Een aantal gedichten eindigt met één woord: datis een soort batterij die door de rest van het gedicht wordt opgeladen.
De lezer denkt: die moeder is verpleegster of zo, of agent.
'Het is metaforisch. Die moeder is de krachtige figuur.'
"wie speelt voor god / wie kiest het scharnier"
'Wie bepaalt het filter voor die jongen? Wie bepaalt hoe hijde wereld gaat zien? Wie bepaalt waar het scharnier wordt geplaatst?Hoe het een aan het andere wordt gezet? Waar de deur opengaat,welke spiegel hij zal gebruiken. Of die spiegel krom, hol of bolis?'
'vier en een half volt tong / trekt zich terug'
' Hier vind je de batterij. Container. De mond als containervan de tong. De tong als container, als iets om iets anders heen.De tong trekt zich terug. Als je aan verlegenheid denkt... Jekunt hier veel uithalen. De tunnel, daarin kun je je terugtrekken.
Je houdt van herhalingen en kleine verschuivingen. Op p.8 eenvoorbeeld: "de wieg en het vuur / de wieg in brand / de brandin de wieg / de wiegende brand / de brand aan je kont / de bliksemin je bol / de lach aan je kont". Je speelt met klank, gaatvan de a naar de o.
'Het gedicht is geschreven in opdracht van Parmentier, naaraanleiding van de film Kill Bill Vol.1 van Quentin Tarantino.Probeer Kill Bill in Kollum te zetten. Voor mij zijn die 'koudehanden om de voorraad' weer een batterij, een houder. De handenzijn bijna de handen die een geliefde vasthouden. Die houden eensoort container vast, een omhulsel, een batterij.
Die herhalingen vind ik wel mooi. Martin Reints heeft me daaringeïnspireerd. Niet in deze herhaling. Ik gebruik verder graagnevenschikkingen. Je kunt aan Arjen Duinker denken. Dat werktgoed soms, prettig.'
Wat bedoel je met "misschien wordt het wel knokken"?
Met degene die goederen levert voor de supermarkt. Die jongenis met de containers aan het werk. Hij rijdt ze het magazijn in.
Waarom zou het knokken worden?
'Er staat 'de wieg in brand', de bliksem in je bol'. Uit gekte.Het is een associatieve figuur.
het hongerige kindje zegt eet
dan help je ons
eet bij de keten
scharrel erheen en eet
voor elke hap schenken zij
een mooi jokkend meisje
vind je ook niet
een mooi mokkend kindje
opgegroeid voor galg en rad
overmand door gras
niet over denken denken
de nacht zonder begin en eind
een witbetegeld ondergronds
station met dezelfde trap
aan weerskanten

© Tsead Bruinja

Ik vind "overmand door gras" een mooie regel.
'Ik laat het gras bijna voor een agressieve minnaar spelen.'
Dit is een kindje op de tv?
'Burger King had bedacht dat zij voor elke hamburger die je at,een dubbeltje zouden schenken aan hongerige kinderen. Steeds dikkerwordende Amerikanen sussen hun geweten. Ik zet dat kindje naastde toonbank. Het zegt: "Eet hier alsjeblieft". Dat stationkomt ergens anders vandaan. Dat klopte voor mij bij dat beeld...We durven niet te denken aan wat er gebeurt, omdat we bang zijnte verdwalen... Als je tegen iemand zegt ; 'Taal schept illusies'of 'God is door taal geschapen', kan hij angstig reageren. Doorde oneindige mogelijkheden van taal kunnen we ingewikkelde dingenbedenken zoals de hemel. Daar schrikken mensen misschien van,omdat het betekent dat de hemelse troost een constructie is diemogelijk gemaakt is door de evolutie van onze hersenen. Dat hebik onder andere bij de J.H. Roder gelezen.'
onder een laag van sneeuw en as
ligt de zoetekauw stil denkend
aan de recepten van zijn mamma
twee lichamen
een hoofd neemt de beslissing
de beslissing nog niet te nemen
er was bloed en daar moest
een lichaam omheen
het was een goeie sheriff die zijn
secretaresse zo behandelde
het was een dag om de goden
van iemand anders te vervelen
twee lichamen
een man toetert zijn accu leeg
belhamel
© Tsead Bruinja
Je begint met doodsbeelden en dan komt die zoetekauw. "Tweelichamen" staat er. De jongen en de moeder?

'De jongen en het meisje uit het vorige gedicht, het meisjedat het dorp binnenkomt aan het begin van de afdeling. Er zittenwesternbeelden in. Achteraf gaat het gedicht ook over communicatieof over het gebrek er aan.
Een deel van de bundel gaat over misdaad en hoe je daar andersnaar kunt kijken. Hier wordt de afstand opgeheven. Wat je vaakziet is het demoniseren: een gemeenschap probeert datgene datniet geaccepteerd gedrag is, niet menselijk te verklaren. 'beterziet men in de vijand / een broer die zijn bruid niet kreeg'.Het is een verwijzing naar Bas Belleman, een dichter die met hetbegrip 'vijand' werkt. Dat doet hij mooi.'
Ook in het gedicht 'Rekening' heb je het over een misdaad:
REKENING
een bijl klepelt zich door het vlees
door de vreselijke armleuningen
terwijl ik ijver aan een gezicht
sloop
dit gezicht
kijk om je heen en alle jongen zijn er nog
de kamer is een beker vlammen
een nieuw ras bloeit in de straten
snijd een oor uit het been van rib
en laat dat bot in de huidsok glijden
slavernij/robot
tel de beeldpunten van de metropolis
op de beschilderde glasplaat
ontrafel ontslaap
tel de klappen die je krijgt
breng het loeder tot inkeer met natte gist
neem afscheid van dit lichaam als bron
slik je tong in
knecht
breek het ijs met je lichaam
eis haar totale handen
neem de teugels
veil de rekening
neuzel lik en huldig
© Tsead Bruinja
Ik moet denken aan Verhagen.

'Die heeft indruk op me gemaakt. Ik ben hem later pas gaan lezen.Ik moet Eeuwige vlam nog kopen.'
Als ik dit gedicht lees, denk ik: dit is goed, maar ik begrijper niet veel van.
'Het begint met iemand die in een luie stoel zit. Die bijlslaghoeft niet letterlijk te gebeuren. In het woord 'klepelt' schuiltde tijd. Een man in een stoel voelt hoe de tijd zijn vlees aanhet afbreken is. Die man ijvert voor een beeld naar de buitenwereld.Hij wil dat gezicht ook weer afbreken. Hij vraagt de wereld datbeeld af te breken, om kritisch te zijn. Het is de monoloog vaneen huismus. Hij kijkt veel tv. Iemand had een brandwond, zijnoor was bijna weg en toen maakten ze een nieuw oor uit zijn riben bekleedden dat weer met vlees.'
Je moet letterlijk lezen: er staat wat er staat.
'Door de verschillende strofes bij elkaar te zetten maak ik ereen geheel van. Het is soms een een verzameling fragmenten dieme dwingt tot het bedenken van een omvattend verhaal, een ontwikkelingdie maar geen eindtoestand kan vinden.
Ik zie ook symboliek: daar ontkom je niet aan. Rib-Eva.
'Het is allemaal leegte en inhoud. Het is gedicht is gebaseerdop het kijken naar de tv. Hoe je dat kunt gebruiken om naar dewerkelijkheid te kijken. Je waarneming is opgebouwd uit beeldpunten.'tel de beeldpunten van de metropolis / op de beschilderde glasplaat/ ontrafel ontslaap' Het decor van een film werd geschilderd opglasplaat, zodat diepte werd gesuggereerd.'
"neem afscheid van dit lichaam als bron"
Als batterij, als inhoud, als stroombron. [ TB: Misschien bedoelik hier ook het lichaam als bron van verhoudingen, zoals bij degulden snede - niet in PK ].
Waarom moet ik daar afscheid van nemen?
Omdat het een beperkend referentiekader is dat zorgt voor waanbeelden.Functionele en troostende waanbeelden, dat wel... Het lichaamomarmt het hart. Neem afscheid van het hart, als bron van je denken.De ratio, het luchtige vluchtige denken. Dat is een tegenstellingmet het lichaam als bron, als eeuwig referentiekader. Het ideeGod is grotendeels projectie van het idee van het biologisch wezen.Je hebt een vader en een moeder. Uiteindelijk een hemelse vader.Logisch. Dus: neem afscheid van je lichaam als referentiepunt.'slik je tong in / knecht'. Dat laatste woord is ook een werkwoord.
Later zegt die jongen of man: 'breek het ijs met je lichaam /eis haar totale handen'. Het is echt een gigantische idioot, diejongen. Hij blijft maar zeggen: zo en zo moet het. Eigenlijk ishet iemand die heel erg hard probeert om een manier te vindenom te leven. Hij maakt de rekening op. Het is een soort afrekening.
Aan het slot een relativering: 'neuzel lik en huldig'. Een verwijzingnaar Ramses Shaffy. Erotisch? Zeker. Er zit een stuk Gerbandyin als ik het zo lees.'
Je hebt de bundel heel bewust opgebouwd. De gedichten verwijzenvaak naar elkaar. Het is de geschiedenis van een jongen. In hetlaatste gedicht van de afdeling brengt de jongen een meisje naarhet park. Hij doet zijn best, neemt fles en glazen mee. Je kiesteen motto van Ida Gerhardt: 'stuwende en gestadig is het eigenleven // verborgen arbeidend; totdat het diepst verlangen / totrust wordt in het woord'. Dat is toch wat je doet in deze bundel?Hoe je dat motto verbindt met de poging om dat meisje te verleiden...
Niet alleen verleiden; er komt bijna een moord in dit gedichtvoor. 'breng je nacht'. Dat speelt door de hele afdeling. Hetis niet helemaal duidelijk wat die jongen uitspookt.
Ik denk nu even aan Hulp van Bart Meuleman, waarin dieonduidelijkheid ook heerst.
Om op de rust terug te komen... die rust is ironisch. In mijnwoorden zit die rust niet. Natuurlijk is er uiteindelijk een verlangennaar rust. Bijna alles in de natuur..., dat is een van de eerstenatuurwetten: alles is op zoek naar een rusttoestand. Uiteindelijkis dat ook wat ik zoek. Maar de kick er vòòr! Dekick kies je omdat de rust er na groter is'.
(bron: Poëziekrant Jaargang 28 - Nr. 6, december 2004
terug naar boven
Tsead Bruinja dicht op de etalageruiten van Caesuur
door Ernst Jan Rozendaal

MIDDELBURG - De manifestatie 'Dichters op de ruiten van Caesuur'is inmiddels een jaarlijks terugkerend evenement geworden. NaTonnus Oosterhoff en Moustafa Stitou toont nu de Friese dichterTsead Bruinja (1974) zijn poëzie bij de Middelburgse expositieruimteCaesuur. Zijn gedicht 'Bang voor de bal' wordt vandaag gedooptmet een reeks aan poëzievoordrachten.
De Middelburgse dichter F. van Dixhoorn nodigde twee jaar geledenTonnus Oosterhoff uit een gedicht te laten zien op de ruiten vanCaesuur, de Middelburgse expositieruimte die dag en nacht kunsttentoonstelt achter de etalageruiten van een voormalige winkelin de Lange Noordstraat. Na de bewegende gedichten van Oosterhoffvolgde vorig jaar een projectie van Stitou. Nu heeft Bruinja speciaalvoor Caesuur een gedicht geschreven. De drie strofen van het gedicht,of misschien zijn het wel drie afzonderlijke gedichten, zijn telezen op de ruiten en de deur daar tussenin.
"Ik wilde iets met de ruimte doen en met de straat",vertelt Bruinja. "Ik was net een boek aan te lezen waar ikstuitte op de woorden bang voor de bal. Het boek vond ik nietzo goed, maar die woorden bleven hangen. Ik kreeg het beeld vaneen jongen die op straat speelt. Hij is bang voor de bal. Achterhet raam van Caesuur zit iemand die met hem wil spelen. Dat isde gedachte achter het gedicht, maar zoals bij alle poëziezijn meerdere betekenissen mogelijk. In de manier waarop ik depoëzie presenteer, wil ik ook de gelaagdheid van gedichtenlaten zien." Ook een grote discobal
verwijst naar de angst voor de bal, volgens Bruinja op te vattenals de angst om te dansen of van vrouwen en mannen om elkaar tebenaderen. Door licht op straat te laten vallen, hoopt Bruinjadat zijn beeld onwonenden en voorbijgangers ook 's avonds aanspreekt.
"Voor mij is dit een experiment om te onderzoeken hoeje een gedicht driedimensionaal kunt presenteren. Alle delen vanhet gedicht verwijzen naar elkaar, maar anders dan op de bladzijdenvan een poëziebundel."
Het gedicht van Bruinja kan tot en met 10 januari bij Caesuurworden bekeken. Vandaag (van 16 tot 18 uur) wordt het ingewijddoor voordrachten van Bruinja zelf en van Jan Baeke, Erik Lindner,Thomas Möhlmann en Tjitske Musche. "Dat zijn dichtersdie ik zelf erg goed vind. Zo'n opening is een mooie kans om mensenmet hun werk kennis te laten maken. Op een laagdrempelige manier.De toeschouwer wordt niet gedwongen, maar de poëzie wordtwel serieus genomen."
( http://www.pzc.nl/)
terug naar boven
De schoonheid saboteren
Door Kester Freriks
Gesprek met dichter Tsead Bruinja
De jonge dichter Tsead Bruinja slikte lsd en zag toen in rozenhet aanstaande verval.
,,Ik kom voort uit de muziekcultuur.''
Als kleine jongen viel de dichter Tsead Bruinja (1974) uithet raam van zijn ouderlijk huis in Rinsumageest. Hij keek naarde wolkenluchten boven Friesland en raakte zo geboeid door deruimte dat hij zijn evenwicht verloor. Nu woont Tsead Bruinjain een eindeloos lijkende, smalle straat van de Amsterdamse wijkDe Baarsjes achter het Mercatorplein. De gevelrij aan de overkantvormt een gesloten wand. Zojuist verschenen Batterij, opvolgervan zijn debuut Dat het zo hoorde (2003), en de royale, tweetaligebloemlezing Droom in blauwe regenjas/ Dream yn blauwe reinjaswaarin de nieuwe dichters van Friesland zijn vertegenwoordigd.
In de verantwoording op de bloemlezing noemt Bruinja de `verweiding'van tal van Friese poëten, net zoals koeien van de ene weidenaar de andere verplaatst worden. Voor de dichters betekent dathet verlaten van de `ouderlijke stee' van de jeugd naar een nieuwe,eigen woonplek. Die laatste ligt vaak in de stad. De groene weiden,aldus Bruinja, zijn soms een `plek van wreedheid en hevige emoties.De doden zijn er doder en de borsten zijn er bloter. Het is eengebied dat verlangt naar een poëzie in een klassiek ritme'.
Dit concluderen Bruinja en medesamensteller Hein Jaap Hilaridesnaar aanleiding van het gedicht `Oever' van Abe de Vries, dattoepasselijk begint met de regel `dit land is ruimte'. De samenstellerskwamen er al lezend en kiezend achter dat ze zich lieten leidendoor enkele wezenlijke aspecten van de Friese taal en de Friesedichtkunst, namelijk de muzikaliteit van het vers, het `zangrijke'Fries en de absurde, vaak bondige formuleringen. Bovendien zijndeze gedichten ruwer dan het meer gestileerde, esthetisch verantwoordevers in de huidige poëzie. Inhoudelijk spelen natuurmystieken een mythologische ervaring van het Friese landschap als paradijseen rol, al is dat paradijs maar al te vaak verloren. De bloemlezingis bedoeld als aanvulling op de in 1994 verschenen historischebundel Spiegel van de Friese poëzie.
Bruinja: ,,Meer dan de helft van de dichters uit Droom in blauweregenjas heeft het Friese land verlaten en woont in Groningenof Amsterdam. De meesten gingen studeren in Groningen of werdenaangetrokken door het culturele aanbod van de grote stad. Er schuiltdenk ik ook iets van verzet in. Je wilt je aan de vaak benauwendeFriese gemeenschap onttrekken. Ik wil mijn Friese verleden nietromantiseren. Mijn eerste gedichten schreef ik in het Engels,het waren eerder songteksten. Ik was toen veertien jaar. Er hoordeook muziek bij. Pas toen ik een keer, als student Engels, uitLonden terugging naar het noorden en tussen Hoek van Holland enRotterdam populieren zag, sprong er een vonk over. De bomen herinnerdenme aan `thuis'. Ik schreef mijn eerste gedicht in het Nederlands.Sindsdien wissel ik het Fries en het Nederlands af.''
Intuïtief
De keuze voor een vers in de ene of andere taal gebeurt vaak`intuïtief'. ,,Het begin dient zich aan als een regel ofeen beeld, en daarna moet ik verder'', legt hij uit. ,,Dan hebik geen vrijheid meer. Een gedicht schrijven is een dwingendeen geconcentreerde bezigheid, daarna ben ik ofwel doodmoe of ikstuiter vol energie door de straten.'' De gedichten van Bruinjazijn niet altijd eenvoudig te duiden. In zijn stijl houdt hijop zorgvuldige wijze het midden tussen een min of meer anekdotischverhaal en de neiging tot abstracte taalmuziek. Is de bundel Dathet zo hoorde nog herkenbaar als wortelend in een romantischeliteraire traditie, Batterij is harder en vooral explosiever vantoon. Bijna alle gedichten eindigen met een woord of een korte,compacte regel, zoals: `mijn mond', `wees in kilte/ bedreven'of `adem'. Dat slot staat er als een hamerslag. Bruinja ziet hetzo: ,,Het hele gedicht heeft dat laatste beeld opgeladen, zoalseen batterij het licht in een zaklamp veroorzaakt.''
Zoals veel van zijn generatiegenoten, de dichters die in hetbegin van de jaren negentig debuteerden, maakt Bruinja gebruikvan muziek tijdens zijn voordrachten. Het lezen van poëziedoor een vaak verlegen dichter voor de microfoon heeft voor henafgedaan. Bruinja: ,,Ik kom voort uit de muziekcultuur. In devoor mij beslissende jaren als dichter, zo in de beginjaren vanmijn middelbare school, luisterde ik naar muziek van The Doorsen de symfonische rock van Marillion, met een zanger als Fish.Ik las de songteksten, vooral die van Jim Morrison, en raaktegeboeid door associaties die ik vaak niet begreep, maar die meboeiden. Met een vriend maakten we onze eigen muziek met mijnteksten. We hadden een viersporenrecorder, gitaar, een drumcomputeren gebruikten samples. De muziek speelt tijdens mijn optredenseen belangrijke rol, niet als achtergrond maar als gelijkwaardigekunstvorm. Een voordracht is elke keer anders. Ik kan stilteslanger nemen, want dan komt de muzikant aan bod. Veel dichtersschrikken van hun eigen stem wanneer zij die horen, bijvoorbeeldop een recorder. Ik heb daar geen last van. Van vroeg af ben ikgewend aan mijn eigen stem. Als ik dicht, dan hoor ik mijn stemin mijn hoofd. Er klinkt het ritme. Toch houd ik ook van dichtersvoor wie het voorlezen op zijn ouderwets gaat, zoals het laatsteoptreden van Kees Ouwens tijdens Poetry International in Rotterdam.Het was intiem en puur, intens, verstild.''
Het was een verbouwde boerderij, ingeklemd tussen twee echteboerderijen, waar Tsead Bruinja de eerste acht jaren van zijnleven woonde. Zijn vader oefende het beroep uit van wasmachinemonteur.Door de economische teruggang in de jaren tachtig nam zijn vadereen baan in het dorp Kollum aan als conciërge. Daar kwamhet gezin in het midden van het dorp te wonen tegenover het politiebureau.,,De verhuizing van het platteland naar het dorp heb ik altijdverschrikkelijk gevonden'', zegt Bruinja. ,,Ik zou zo in dit huisvan vroeger willen wonen. Vanuit Kollum moest ik elke dag metde bus heen en weer naar het atheneum in Leeuwarden. Dat gingmet zo'n oude Fram-bus. Het was of de uitlaatgassen via een slangweer terug de bus in gejaagd werden, zo verstikkend was het daarbinnen.Ik kreeg erge hoofdpijn, raakte overspannen. In de stad werd neergekekenop wie van het boerenland kwam. Maar de grens tussen oorzaak engevolg is niet duidelijk te trekken. Ik zat in een hoekje gedichtente schrijven en misschien deden de medeleerlingen daarom wel zoneerbuigend.''
In Dat het zo hoorde wijdt Bruinja een prachtig gedicht aandit huis van zijn prille jeugd dat hij `Brief' noemt: ,,(...)in de verbouwde boerderij aan de smal kronkelende landweg/ huizeneen deel van je dromen/ en spoken achter het lichtelijk vergeeldevitrage van de ramen/ van toen je vader nog rookte en in de stenen/kraakt het langzaam van herinnering aan warmere dagen/ van vloeibaarheiden zonnewind''. Dit gedicht is een mooi voorbeeld van Bruinja'sdoor het Friese land en zijn Friese jeugd geïnspireerde poëzie.Het stroomt. Dat deed hij al vanaf zijn eerste gedichten, de taallaten stromen. Op de bladspiegel staan de gedichten er als tekstblokken,massief. Bruinja zegt `niet te houden van het pittoreske wit omde gedichten heen'. Evenmin heeft hij het op leestekens, hoofdlettersen interpunctie, sterker: in geen enkel gedicht van zijn handis een komma te bespeuren, laat staan een hoofdletter.
,,Hoewel ik mijn gedichten graag voordraag en de voordrachtvan wezenlijk belang is, ontken ik de vorm van het gedicht opde pagina niet. Ik laat me sterk leiden door de verdeling vanhet zwart-wit bij het vaststellen van de lengte van een versregelen waar ik enjambementen plaats. Ik vind komma's niet mooi enze vertragen het stuwende ritme van een tekst. Ik besef dat hetdubbelzinnig is: voordracht én woordbeeld. Net zoals mijnmeertaligheid iets dubbels heeft. Ik leef in een soort dubbeltaliglaboratorium met muziek én tekst, Fries én Nederlands.''Bruinja heeft een pluriforme omgang met het vers: ,,Door de voordrachtverandert een gedicht. De toeschouwer ziet daar een dichter staan,ziet zijn kleren, hoort de stem. Je kunt je als performer nietonzichtbaar maken of uitwissen, al ga je achter een muur staan.Dan nog denkt de toeschouwer dat die muur de dichter is. Aan deandere kant is het een misverstand te denken dat het lezen vaneen gedicht in een stil hoekje van je kamer een volstrekt ongestoordebezigheid is. Ook in een huiskamer kan van alles gebeuren, zowelbinnen als buiten. Hier beneden mij woont een drugsdealer. Junksstaan vaak op het raam te bonzen, al hangt er een stuk papierwaarop staat `Onbevoegden mogen niet kloppen op het raam'. Dieonrust dringt ook hier mijn werkkamer binnen', ook al lees ikin alle afgezonderde stilte de gedichten van mijn lievelingsdichters.''
Pink Floyd
Vooral Amerikaanse schrijvers als Jack Kerouac, Walt Whitmanen Raymond Carver strekten hem in de begintijd tot voorbeeld.Daarnaast de popzangers Jim Morrison van The Doors en Roger Watersvan Pink Floyd. Aan hen heeft hij de magie en de kracht van associatieste danken. De dichter en uiterst compact schrijvende auteur Carverheeft hem beïnvloed bij het schrijven van Batterij, waarineen romantische toonzetting als die van het debuut geen enkelekans krijgt. ,,Met Batterij wilde ik de schoonheid saboteren'',zegt hij. ,,In Dat het zo hoorde is er sprake van het verlangenvan een ik-figuur naar de ander, een geliefde bijvoorbeeld. Maartelkens ervaart die ik de afstand tot de ander. Ik heb de afstanddie er bestaat tussen mensen steeds meer als thema van mijn gedichtengekozen. Ik wil die afstand met taal overbruggen zonder dat ikin staat ben het probleem van de distantie op te lossen. Dat moetook niet, want dan verlies ik mijn onderwerp. Mijn fascinatieschuilt erin met taal een ander te bereiken, een geliefd iemand.Taal geeft glans aan de inhoud, vormt het uiterlijk. Als je eenauto verkoopt, verkoop je ook geen motorblok op vier wielen. Deontwerper doet zijn uiterste best op de vorm.''
Niet altijd zijn klank, het ritme of de muziek van een eerste,geïnspireerde regel de bron van een gedicht. Dat kan ookweleens een gebeurtenis zijn. Levendig herinnert Tsead Bruinjazich het bezoek dat hij bracht aan een vriendin van wie hij verwachttedat het iets zou worden. Dat gebeurde niet. Hij had een bos rozenmeegenomen, ze praatten wat, gebruikten lsd en door de invloedvan dit roesmiddel zag hij opeens in de rozen het aanstaande verval.Hij schreef stiekem op een briefje dat hij voor haar verborg:`ik zie de roos als een wrak in aanbouw'.
Het werd niks met de liefde, maar het gedicht mag er zijn.Bruinja: ,,Mijn gedichten beginnen vaker met een verhaal. Dathoudt de associaties in toom. Toen, bij dat meisje op de bank,dacht ik: `Wat doe ik hier?' Als ik een gedicht schrijf, dan stelik me die vraag niet. Ik ga op in het gedicht, zoals ik vroegeropging in de ruimte en de wolken boven me in Friesland.''
Info: `Batterij', uitg. Contact. `Droom in blauwe regenjas',uitg. Contact en uitg. Bornmeer, Leeuwarden. Optredens: 12/11Crossing Border, Koninklijke Schouwburg, Den Haag; 27/11 De Wintertuin,Nijmegen. Tournee met `Droom in blauwe regenjas' t/m 19/11. Inl.:www.tseadbruinja.nl; www.droominblauweregenjas.nl.
(Bron: NRC, 05-11-2004)
Ingezonden brief naar aanleiding van dit interview
Door Jan Wopereis, Borne
In het interview van Kester Freriks' met de Friese dichterTsead Bruinja (Cultureel Supplement, 5 november 2004) komen opeen bepaald moment Bruinja's voordrachtsactiviteiten (met muzikaleondersteuning) aan de orde. Met geen woord wordt daar gerept overde `godfather' en de icoon van de Friese voordrachtskunst TsjebbeHettinga. Twee bundels van hem (Frjemde kusten, Fan oer see enfierder, resp. uit 1995 en 2000) gaan vergezeld van een cd waaropde performer Tsjebbe Hettinga te beluisteren valt. Mijn idee isdat gezegd mag (en moet) worden dat eigenlijk iedere hedendaagseFriese dichter schatplichtig is aan deze markante voortrekkervan de Friese voordrachtskunst.
(Bron: NRC, november 2004)
terug naar boven
Je moet niet je bek houden
Tsead Bruinja is 'Kunstenaar tegen de muur'
Door Emiel Hakkenes
GRONINGEN- Een grote groep Nederlandse kunstenaar protesteerttegen de veiligheidsmuur die Israël bouwt langs de WestelijkeJordaanoever. Het protest onder het motto "Kunstenaars tegende muur" is een initiatief van de Haagse Vrije Academie,een werkplaats voor beeldend kunstenaars. Volgens de Vrije Academiemoeten kunstenaars een actieve rol in de samenleving spelen.
Het protest tegen de veiligheidsmuur begon op 19 februari meteen expositie van de Israëlische kunstenaar Michal Heimanen zijn Palestijnse collega Rashid Masharawi. Ook verscheen ereen paginagrote advertentie in Vrij Nederland, waarin ruim honderdkunstenaars zich uitspreken tegen de bouw van de muur. Een vanhen is dichter Tsead Bruinja.
"De beelden die ik op TV zie over de bouw van de muur, doenme heel wat", vertelt Bruinja. "De Israëli's proberende Palestijnen buiten te houden, mensen kunnen niet meer naarhun werk. Het is werkelijk krankzinnig. Ik voel me betrokken bijde problemen in Israël en het Midden-Oosten. Ik heb samengewerktmet de Irakese dichter Mowaffk Al-Sawad. Van hem heb ik de anderekant van het verhaal gehoord, wat de VS allemaal doen in Israël.Amerika geeft gunstige leningen, die andere landen niet krijgen.En als je ook hoort hoe het er in Irak aan toegaat, word je welgevoelig. Je krijgt begrip voor de acties van terroristen. Maardat wil zeggen dat ik hun daden goedkeur."
Hoe zijn naam op de petitie terechtgekomen is, kan de 29-jarigedichter zich echter niet herinneren: "Ik steun wel meer goededoelen. Maar meestal gaan dit soort dingen via-via. Een kunstenaaris een mediapersoonlijkheid en kan in die zin iets uitdragen.Als mensen mij ergens voor vragen, reageer ik."
"Ja, kunstenaars moeten zich wel degelijk bemoeien met politiek.Je moet niet je bek houden. Ik zeg niet dat het je morele plichtis om je met de wereld te bemoeien. Dat houd je toch niet vol.Of het je iets kan schelen wat er gebeurt, hangt maar net af vanmet welk been je uit bed stapt. Voor mij geeft politieke betrokkenheidverdieping aan mijn leven, al is mijn invloed natuurlijk beperkt.De problematiek in Israël is een genuanceerde kwestie enkunstenaars houden van nuance. Wij geven in ons werk ook een nuanceringaan de werkelijkheid."
"Op zich maakt het me niet uit wie er nog meer op de lijststaan. Als Adolf Hitler erop had gestaan, had ik natuurlijk nietgetekend. Tussen namen als Anja Meulenbelt en Jan Wolkers staanis natuurlijk leuk, maar het is me niet te doen om de roem. Iklaat mijn steun ook niet afhangen van de medeondertekenaars. Ikzeg niet: ik steun de petitie wel, maar ik wil eerst zien of erook idioten op de lijst staan van wie ik jeuk krijg."
"Nee, ik denk niet dat ze er in Israël wakker van liggendat hier een groepje kunstenaars protesteert. Maar we kunnen dekwestie wel in Nederland onder de aandacht brengen. Als je uitsluitendkijkt of je actie nut zal hebben, kun je nooit iets zeggen. Kijk,er zijn waarschijnlijk nog wel duizend misstanden, maar van dezeben ik me bewust en hier ben ik tegen." (Element, 12-03-2004)
Voor meer Emiel Hakkenes: http://www.hakkenes.tk/
terug naar boven
Tsead Bruinja: 'Nu zijn we aan het werk!'
door Coen Peppelenbos
De Amsterdammer (nou ja, Diemenaar) Tsead Bruinja is deze zomerdefinitief doorgebroken in de poëtische wereld met zijn bundelDat het zo hoorde. Al eerder verschenen drie Friestalige bundelsvan zijn hand, dus echt groen is hij niet meer.
Is er een verschil in ontvangst met je Friese bundels?
Er is inderdaad een groot verschil. In Friesland werden mijnbundels ook goed besproken, maar je merkt in de recensies dater anders naar je poëzie wordt gekeken. In Friesland wordthet postmodernistische karakter van de gedichten niet zo opgepakten dat is nu wel gebeurd.
Je kreeg echt lovende recensies van Piet Gerbrandy en IljaLeonard Pfeijffer.
Daar ben ik ook echt blij mee. Ik heb ook nu het idee: nu zijnwe aan het werk.
Door wie ben jij nou geïnspireerd?
Dat is toch vooral de generatie voor mij: dichters als TonnusOosterhoff, Nachoem Wijnberg, Maria van Daalen, maar ook RutgerKopland.
En mensen van je eigen generatie?
Ik lees veel van mij eigen generatie: Daniël Dee, SiegerM. Geertsma, Tjitske Mussche. Ik kan niet echt voorbeelden gevenvan hun invloed, maar ik merk dat ik bij bepaalde gedichten detoon of de constructie van een zin heb geabsorbeerd. Dat kan ikhaast per zin aanwijzen. Je doet namelijk voortdurend inspiratieop. Ook van zo'n groep als Dichters uit Epibreren.
Net als de Epibreren-jongens trad jij op met een multimedialeshow. Maar die groep Gewassen met o.a. Sieger M. Geertsma is nuter ziele hoorde ik.
We zijn pas onlangs uit elkaar gegaan. We hadden toch verschillendeideeën over hoe professioneel we de zaken moesten aanpakken.Het was ook niet altijd echt leuk voor en na een optreden en danmoet je toch gaan nadenken. Ik vind optreden het leukste om tedoen en ik sluit ook niet uit dat ik binnenkort weer een nieuwegroep start. Of een band. Je wilt natuurlijk altijd zanger vaneen band zijn. Maar optreden met een literaire groep is echt heelleuk. We hebben tournees gemaakt langs scholen en festivals. Jemoet wel oppassen dat het niet te grappig en leuk wordt: de poëziemoet wel centraal staan.
En nu ben je bezig met Kutgedichten.
Dat is een bundel die Daniël Dee en ik samenstellen vooruitgeverij Passage. We zaten te brainstormen over een bundel poëzieen er is al van alles: herfstgedichten, lentegedichten, vogelgedichtenen kattengedichten. Maar gedichten over de kut kwamen we niettegen. De titel is misschien wel grof, maar we zijn toch heelserieus op zoek naar goede gedichten over het vrouwelijk geslachtsdeel.
En daarna?
Komt een bundel Klotengedichten.
(uit Tzum, nr. 23 2003)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen