woensdag 14 september 2011

S.Golbang Khorasani



Mystieke, compacte poëzie  


S.Golbang Khorasani (1954) schreef vanaf zijn jeugd poëzie. Hij studeerde in Mashhad (Iran) psychologie (bijvak sociologie). In 1987 moest hij vluchten wegens politieke activiteiten, na gevangenschap en marteling, met vrouw en twee dochters, lopend over de bergen naar Pakistan. Op uitnodiging van de Nederlandse regering kwam hij naar ons land. In Groningen werd zijn universitaire graad niet helemaal erkend en moest hij vrijwel opnieuw beginnen. Na zijn propedeuse in Groningen studeerde hij in Leiden Islamologie (doctoraal) en  promoveerde hij in 2009 aan de faculteit Gedrags-&Maatschappij Wetenschappen in Groningen op een vergelijkende studie van de religie, opvoeding en sociale limieten bij de Nederlandse jongeren.

Hij was hoofdredacteur van Noachs kat, Noord-Nederlands tijdschrift voor proza en poëzie.
Golbang is een bewonderaar van Ede Staal.

=                                                   


Maak jij altijd korte gedichten?

Ik denk dat de mensen van de eenentwintigste eeuw geen tijd hebben voor lange gedichten. Wellicht is de tijd van Homerus en epos een beetje voorbij. Het kan kort, krachtig en tegelijkertijd rakend zijn.

Is het gebruikelijk in de poëzie van Perzië?

In de klassieke poëzie meestal niet, behalve bij kwatrijnen en sommige lyrische soorten (Ghazal).  

Schreef jij in Perzië langere gedichten?

Daar schreef ik in twee genres: klassiek, een soort sonnetten met rijm en vrije gedichten, meestal kort en soms lyrische gedichten, iets langer.  
In de Nederlandse taal heb ik mijn eigen poëtica, mijn eigen stijl gecreëerd

Hoe heb je het Nederlands geleerd, in verband met de gedichten? Heb je net zoals Kader Abdollah Annie Schmidt gelezen?

Je bent dichter, misschien word je zo geboren. Vervolgens heb je een taal nodig. De taal is alleen maar een instrument. In Groningen heb ik in verband met mijn studie psychologie een taalcursus gevolgd, maar daarbij ging het niet om literaire taal. Ik heb wel allerlei dichters gelezen, maar ik wil niet beïnvloed worden. Ik wil mijn eigen stijl vinden en ontwikkelen.   

Ik besta uit twee dichters: een Perzische en een Nederlandse. Ik vertaal niet. Vertaalwerk is voor mij iets tweedehands, aangezien het originele gevoel meestal wegvalt.

Hoe weet je dat je twee strofen van drie regels moet maken, zoals in ‘Schets’

De rollende tranen
het teken van verloren momenten
boven het onbereikbare verlangen

Regen op de achtergrond
of is er iets onbeschrijfbaar
achter de gezichten?
=
Dit komt door mijn symmetrische poëtische gevoel en mijn literaire intuïtie. Ik ben de eerste lezer van mijn eigen gedicht. Het gebeurt ongeveer zo: er gaat iets mysterieus regenen op mijn ziel daarna word ik angstig, een soort verwarrende angst, daarna raak ik in extase en dan schrijf ik op papier.

Wat is die angstfase?

Dan schuif ik het weg. Eerst is er de regen, zo noem ik het. Alles komt van boven. Er komt iets bij me en de angst betekent: ik wil het niet.

Waarom niet?

Dat weet ik niet precies. Als ik bijvoorbeeld op de fiets ben en er komt iets in mij op, dan stap ik soms niet gelijk van mijn fiets om dat te noteren.

Begin je met de titel?

Meestal komt de titel later.

Je schrijft: ‘De rollende tranen / het teken van verloren momenten’
Dat zijn twee zelfstandig naamwoordgroepen, zonder werkwoord.

Ik probeer zo veel mogelijk woorden weg te laten. Het is wel duidelijk dat de tranen een teken zijn. Je moet niet alles uitleggen; dat is niet de taak van de poëzie. Volgens de logica van het ABN is dit fout. Maar poëzie kent deze logica niet, vooral mijn eigen dichtkunst en mijn eigen stijl niet.

We gaan verder. Het verlangen is toch niet onbereikbaar? Het verlangen is er; de momenten zijn onbereikbaar, want verloren. Het verlangen naar thuis, naar de jeugd of naar het landschap van je jeugd, of het heimwee naar thuis.
Of denk jij dat het verlangen een gevoel is dat onbereikbaar is?

Dichten is voor mij een soort ‘emanatie’. Ik laat dan mijn onbewuste spreken en dat is zeer compact. Ik kan het niet uitleggen. Iedereen mag het uitleggen zoals hij wil, dat is het voorrecht van de lezer.
Als je alles begrijpt, of als mijn gedichten door alle lezers op dezelfde manier begrepen worden, dan is het geen poëzie, naar mijn mening.

Na de inspiratie moet je de tekst toch nalezen en eventueel corrigeren? Het onbewuste kan immers ook maar wat kletsen?
De staat waarnaar je verlangt is onbereikbaar, maar het verlangen niet, lijkt me. Misschien moet je het woord ‘onbereikbare’ weglaten?

Nu ben je te rationeel bezig. Het moet er wel staan, maar waarom begrijp ik ook niet.
Er zijn mensen die niet kunnen verlangen, voor hen is het verlangen onbereikbaar. Alles is kapot. Om te verlangen moet je de mogelijkheid er toe hebben: hersenen, gedachten, rust. Maar sommigen hebben dat niet. Ze zijn niet in staat om te kunnen verlangen, alles is afgepakt.

We gaan naar de tweede strofe. Er is iets onbeschrijfbaar op de achtergrond: dingen waarvoor je geen taal hebt, woorden schieten te kort. Er is regen op de achtergrond; dat geeft de sfeer aan en er is iets onbeschrijfbaar achter de gezichten.

Dat woord ‘of’ moet er wel staan.
De tranen uit de eerste strofe komen hier terug als regen. De vraag is: regent het of zijn het tranen? Het verlangen is onbereikbaar. De dichter vraagt: wat is hier aan de hand?

Je noemt het gedicht ‘Schets’. Waarom?

De situatie, sfeer, is niet te beschrijven, daarom maak ik er een schets van, een vermoeden. Wat ik wil zeggen is: regent het op de achtergrond of zijn het tranen? De gezichten zijn nat. Het is een open gedicht: de lezer gaat verder met nadenken.

=
Nacht

Diep in de nacht
zingen de donkere momenten

Voetstappen van het oude schilderij
vertellen over de onbekende kleuren

De nacht luistert naar de stille voetstappen
het schilderij verlangt naar de bewegende vingers

=
‘Voetstappen van het oude schilderij’ of ‘Voetstappen op het oude schilderij’. Ik probeer te begrijpen wat er staat.

Het moet toegankelijk zijn, maar je hoeft het niet te begrijpen. Ik begrijp Shostakovitz niet, maar ik geniet er wel van.

Die begrijp ik wel. Hij schrijft over Stalingrad en ik hoor de terreur, het geweld, de angst etc.
Een gedicht heeft woorden en die verwijzen ergens naar. Voetstappen zijn geen armleuningen. Wat betekent ‘Voetstappen van het oude schilderij’? Wat bedoel je daar mee?

Ik luisterde in Perzië naar Shostakovitz, op een cassettebandje. Ik vond het prachtig. Toen ging ik naar een boekhandel. Heb je beschouwingen over Shostakovitz? Ja. Ik ging het bestuderen. O, zit het zo! Toen was het helemaal duidelijk en begrijpelijk, maar de romantiek was wel weg!
Normaal gesproken zegt men: ‘Voetstappen van het oude schilderij’; dat kan niet. Schilderijen lopen niet. ‘Voetstappen op het oude schilderij’, dat begrijpt iedereen.  Op het moment dat ik in extase raak,  komt er iets op papier. Dat is een emanatie. Dat hoef je niet te begrijpen. Het is ‘onbeschrijfbaar’.

Ik probeer het te begrijpen. Bijvoorbeeld zo: het schilderij komt langzaam tot mij. Het schilderij openbaart zich, langzaam.

Een emanatie is niet te begrijpen. Ik begrijp sommige fragmenten van de Bijbel ook niet, maar ik geniet ervan. Schilderij is als een topje van de ijsberg in dit gedicht geschilderd. Schilderij is een teken van heel veel geschiedenis, lijden, verlangen en zo voort.

De Bijbel is wel te begrijpen.

Neem Lucas 18, bijvoorbeeld. Jezus zegt tegen de rijke man dat hij alles moet verkopen, maar dat kan hij niet. Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat rijken moeilijk in het koninkrijk des hemels kunnen komen. Een kameel kan makkelijker door het oog van de naald.

Dat begrijp ik wel. Jezus zegt dat we niet moeten hechten aan materie. ‘Het oog van de naald’  is een poortje in Jeruzalem waar een kameel moeilijk doorheen kan. Maar het kan wel! Hij moet zijn last afschudden.

De blinde man wordt ziende. Dat begrijp ik niet.

Jezus kan wonderen verrichten. Dat hoef je niet te geloven, maar binnen de opvatting dat Jezus de zoon van God is, is dat volkomen begrijpelijk.

God is niet te begrijpen.  

Daarom wordt in de islam, bijvoorbeeld, mensen afgeraden om te proberen de essentie van God te begrijpen. Men moet als het ware in de oceaan van God kunnen zwemmen en ervan genieten.

Het gaat hier over een tekst. Die is begrijpelijk. Als ik zeg: er hangt een kopje boven tafel, dan begrijp ik dat, ook al weet ik niet hoe het mogelijk is.
Nu probeer ik te begrijpen ‘Voetstappen van het oude schilderij / vertellen over de onbekende kleuren’. Wat betekent dat? Zo juist deed ik een poging: het schilderij openbaart zich langzaam.

Ik doe ook een poging. Het schilderij is een teken dat vertelt over mensen, die heel hard gewerkt hebben, die heel veel hebben meegemaakt en ze zijn verdwenen. En wij kijken naar hun erfenis.
Ze vertellen ons over de onbekende kleuren deze kunnen op hun beurt een teken zijn van de geesten, zoals Rembrandt of Van Gogh.
Iedereen mag zijn eigen interpretatie hebben. Als iedereen hetzelfde er uit haalt, dan zou ik een arme dichter zijn. Dat is een verschil tussen proza en poëzie. Poëzie is een opstanding en een wedergeboorte van de woorden. Poëzie is voor mij een uitbarsting van de vulkaan in de ziel en een losbarsting van het brok in de keel. Poëzie is een schuilplaats voor verdwaalde gedachten in de duisternis.
‘Voetstappen’: als je over het strand loopt zijn de voetstappen een teken van jou. ‘Voetstappen van het oude schilderij’ zijn tekens van de schilders.
De schilderijen zijn restanten van heel arme, problematische mensen van vroeger, zoals Van Gogh, maar die begrijpen wij niet.

Waarom niet? Ik begrijp de Aardappeleters heel goed, of Het bruggetje bij Arles.

Toch begrijpen wij het gezicht en van Gogh achter die schilderijen niet helemaal. In het Arabisch wordt gezegd: ‘Het is een perceptie, het is niet beschrijfbaar.’
Mijn gedichten zijn kort en compact, maar het onbewuste heeft er heel veel in gestopt. Om dat er uit te halen is moeilijk.

De laatste regel is mooi: ‘het schilderij verlangt naar de bewegende vingers’, maar je kunt ook uitleggen waarom het mooi is. Als je het schilderij personifieert, verlangt het naar bewegende vingers, van de schilder. Of van de kijker. Het schilderij verlangt als het ware naar begrip van de kijker.
 Mooi is ook ‘stille voetstappen’ tegenover ‘de bewegende vingers’. Dat hoeft de dichter niet bewust te doen, dat is zijn talent. Noem het emanatie.
Was het gedicht eerst langer?

 Nee, het was meteen zo.

Daarna ga je het nalezen. Je bent toch niet blindweg een slaaf van je intuïtie?Je bent behalve een intuïtief mens ook een redelijk mens.

Een wetenschapper.
             
Goed. Dan vraag je je af: wat staat hier eigenlijk? Of denk je: zo heb ik het gevoeld, zo is het goed.

Een beetje er tussen in. Sommige dingen begrijp ik zelf ook niet. Ik let er wel op dat het zoveel mogelijk, afgezien van de vrijheid van de dichter, foutloos is. Er mogen geen taalfouten in staan. Het moet goed lopen, een innerlijk ritme. Het moet kort zijn. De eerste strofe vind ik niet geweldig, maar die heb ik nodig voor de andere twee. Met de tweede strofe ben ik blij, want dat is verrassend taalgebruik.
Eigenlijk wil ik niet tegen mijn zuivere gevoelens ingaan. Dit zou ik graag onaantastbaar willen laten. Bovendien wil ik mijn intuïtie koesteren. Als mens onderschatten wij onze intuïtie heel vaak. 

 =======================

Eerder verschenen in het blad Schrijven







Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen