woensdag 14 september 2011

Mark Boog





Mark Boog (Utrecht, 1970) staat met de dichtbundel 'Alsof er iets gebeurt' en de roman 'De vuistslag' aan het begin van zijn literaire loopbaan.

Een gesprek met een flegmatieke amateurfilosoof.


Mark Boog tussen schepping en dood

Hoe hou je het buiten?


Hij zegt weinig te weten van de poëzie of van collega's, maar in de loop van het gesprek blijkt dat hij vrijwel alle dichters die ik noem gelezen heeft, zij het in bloemlezingen. Hij heeft geen filosofie gestudeerd, maar hij citeert Leibniz en Heidegger en zijn gedichten zijn zeer filosofisch.
Mark Boog won dit jaar de Buddingh'-prijs voor het beste debuut.Hij woont met vrouw en drie kinderen op driehoog in een flat aan het water. Voortdurend varen boten voorbij, grote en kleine. Een tegelijkertijd rustgevend en activerend gezicht. De ramen kijken uit op het westen, zodat 's avonds volop kan worden genoten van de ondergaande zon.

Je hebt een prachtige website!MARK BOOG: 'Nee hoor, heel eenvoudig. Ik rommel wat. [Al gauw blijkt dat we het over verschillende sites hebben. Mark Boog bedoelt zijn eigen website www.Mark Boog.nl en ik heb het over www.poetryinmotion.nl,RE.] Een vriend van mij heeft de site gemaakt. Ja, die filmpjes zijn heel goed. Het is zijn beroep. De stemmen van Bert en Ernie doet hij zelf. Dat kon hij toevallig al.'

In het Bert en Ernie-geval (zij zeggen in het filmpje een gedicht in dialoog) krijgt het geheel meerwaarde omdat de twee stripfiguren een vervreemdingseffect veroorzaken, waardoor je beter over het gedicht gaat nadenken en het wil overlezen. Bij'Avondval' daarentegen krijgt het gedicht iets anekdotisch en dat lijkt me niet de bedoeling.
'Dat mag ook, al wil ik graag dat men verder kijkt. Die vriend heeft graag goede teksten. Hij maakt ook filmpjes bij songteksten. Internetkunst. Op mijn eigen website zet ik bijvoorbeeld alles wat in literaire tijdschriften heeft gestaan. Dat is anders een beetje weg. Dit weekend heb ik op Lowlands opgetreden met de filmpjes en muziek.'

Toch ben je een dichter die vooral gelezen moet worden.'Ja, de gedichten moeten gelezen worden. Ik vind voorlezen nog niet zo gemakkelijk. Ik heb het ook nog maar een paar keer gedaan. Bij Poetry was de eerste keer.'

En als je de bezwerende dichters daar hoort, denk je dan:zo wil ik het ook?'Ik weet niet of dat er voor mij in zit. Ik blijf altijd een beetje onhandig. Ik probeer het verstaanbaar te maken, meer ambitie heb ik niet. Nog niet. Het zingen van de tekst zou in mijn geval meteen aanstellerij zijn. Met die filmpjes en muziek erbij is het gemakkelijker. Die vriend is door mij poëzie gaan lezen.'

Je las al op de middelbare school?'Eigenlijk niet. Het ging allemaal langs me heen. Pas toen ik zelf ging schrijven, ben ik gedichten beginnen te lezen. Ik had een andere vriend, die schreef gedichten en toen dacht ik: o, dat kan natuurlijk ook nog! Ik las de 'Spiegel van de Nederlandse poëzie' van begin tot eind. Later zag ik dat wat ik had aangestreept hele begrijpelijke poëzie was. Ik was nieuwsgierig. Als je veel leest, kom je er vanzelf achter wat je mooi vindt.'

En je bent gaan studeren? Filosofie?'Niet serieus. Ik heb één jaar kunstmatige intelligentie gestudeerd. Daar krijg je wat filosofie bij. Een paar colleges.Ik vond het niet zo boeiend. Ik lees ook geen filosofie. Het is meer de activiteit op zich die me bevalt, het redeneren. Ik vond wel de logicacolleges erg leuk. Op school - het atheneum - was ik het beste in wiskunde. Ik had me wel verheugd op studeren, maar het viel erg tegen. Je moest weer gewoon op tijd zijn en huiswerk maken. Ik had verwacht dat het nu echt zou beginnen, dat het interessant zou worden.'

Waar leef je van?'Ik heb een tijdje bij de PTT gewerkt en nu heeft mijn vrouw een cateringbedrijf opgezet. Het is nog maar een begin. Ik kook wel eens. Er is net een roman uit en daar is wel belangstelling voor. Misschien levert dat wat op.'

Heb je contact met dichters?'Nee, helemaal niet. Dat begint nu, af en toe bij optredens en bij Meulenhoff.'

Heb jij een idee waar die poëzie vandaan komt?'Nee, dat wordt heel vaag. Ik kom eigenlijk tot de conclusie dat ik dat nu eenmaal doe. Ik vind het volkomen vanzelfsprekend dat ik gedichten schrijf. Ik vind het belangrijker dan proza. Poëzie en muziek. Ze hebben in het uiterste geval dezelfde soort vervoering, al is dat bij muziek gemakkelijker. Kennelijk ligt me dat. Ik weet ook niet hoe dat zit. Ik vraag me wel eens af of ik het ook had kunnen mislopen. Misschien wel. Zijn er andere dingen die ik veel beter kan? Of het echt een roeping is, betwijfel ik dan ook weer. Het is als met studeren. Ik heb een hekel aan werken. Ik heb weinig discipline en ben lui. Daarom moest ik dier oman in zeven weken schrijven, want als ik eenmaal stop, komt het nooit meer af. Ik heb geen discipline, behalve dan dat ik elke dag netjes ga zitten schrijven.'

Vind je het een probleem bij poëzie dat het iets betekent?'Nee, ik vind dat het niet zonder kan. Je kan een hele mooie zin vervangen door klanken die er op lijken, maar dan is het weg.Ik vind dat het iets moet betekenen en dat het begrijpelijk moetzijn.'

Lees je gedichten van Arjen Duinker?'Ja, die heb ik nu gelezen. Ik kreeg een bundel bij Meulenhoff. Dat vind ik mooi. Ik koop zelden boeken omdat ik geen geld heb. In Utrecht had de bibliotheek niet de bundels van de genomineerden voor de Buddingh'-prijs. Heel vreemd.'

Jouw poëzie komt uit het niets?'Dat weet ik niet. Ik probeer niet ergens op te lijken. Ik heb een tijd lang Pessoa gelezen. Caeiro. En zijn prozaboek, 'Het boek der rusteloosheid'. Dat vind ik erg mooi.'

Heb je Faverey gelezen?'Ja, prachtig. Lees ik heel veel. Nog steeds.'

Dat dacht ik bij 'Wat wint, dat wint': 'Zoals men gegooid hebbende weet dat het raak is'.'Dat kan ik me voorstellen. Je kunt Faverey niet nadoen. Als je dat probeert, wordt het helemaal niks.'

Het eerste gedicht van de bundel, eerste regel: 'Laat de avond vallen, ik,' Eerst lees je een imperatief, maar dan komt de ik.

Laat de avond vallen
Laat de avond vallen, ik,
en hou het huis heel stil zodat ik niet gestoord word -
zolang het schemert kan het misgaan.
De vogels zoeken langzaamaan hun takken op,
ik wijs ze die, en sterren tillen zich eruit omhoog.
Heel anders klinkt het razen van de auto's in de nacht.
Recht zo die gaat! Het ene zeil door het andere vervangen,
dag door nacht, maar nergens sluimert haperen, niets mokt.
Zolang het dit is wat ik doe gehoorzaamt men glimlachend.
Ik hoop maar dat er koffie is, of whisky, als ik
weer de kamer inkom, zeer vermoeid en door het uitblijven
van tegenstand - wat stribbelen zou al genoeg zijn -
vreemd ontmoedigd. Zó gestroomlijnd.

'Dat kan dan allebei. Het kan een aansporing van de ik zijnen ook een soort hernemen. Wie? Je bent jezelf bijna kwijt dan en je herinnert je nog niet dat het om jezelf gaat.'

Je hebt de dag en de nacht. De dag stelt allerlei eisen aan ons en in de nacht kun je rusten. maar de schemering is een gevaarlijke periode.'Je moet nog maar zien dat het inderdaad nacht wordt en niet iets heel anders.'

De vogels zoeken langzaamaan hun takken op. Nu lijkt het of die ik een uitvergroting is van een mens. Die ik heeft de macht om die vogels hun plek te wijzen.'Of denkt dat hij die macht heeft. Je staat soms naar buiten te kijken en dan heb je het gevoel dat je doet wat er gebeurt.Dat je zelf de boten voorbij duwt. Als je goed kijkt, kan dat soms wel eens zo lijken. Als het een beetje stil is. Het lijkt of je de boel staat te dirigeren, omdat het enige wat je doet er naar kijken is, alsof je daarmee de zaak bepaalt.'

Kijken is dirigeren.'In dit geval wel.'

Jouw gedichten lijken gemakkelijk, maar ze worden bij herlezing moeilijker. Toch wil je eenvoudige gedichten schrijven.'Het enige doel is een mooi gedicht te schrijven. Als het onbegrijpelijk wordt, kan ik er ook niks aan doen, maar in principe vind ik dat je het moet kunnen begrijpen, dat het toegankelijk moet zijn. Niet dat het daarmee plat wordt of ééndimensionaal.Ik heb de neiging om abstract te worden, merk ik.
Als ik schrijf, denk ik er niet over na. Ik interpreteer het nu aan de hand van het interview. Dat vind ik ook interessant, maar als ik het schrijf, denk ik alleen aan mooie regels en dan heb ik een vermoeden dat er nog wat in zit ook en dan stop ik met denken. Dat is het.'

Hoe gaat het schrijven? Zit je naar buiten te kijken en je schrijft wat op?'Op de computer. Ik heb ook een opschrijfboekje als ik niet bij de computer ben.'

In de trein, op de fiets?'Nee, dat is niet rustig genoeg. Nee, op vakantie, of 's avonds in bed.'

Dan komt er een regel in je hoofd?'Meestal denk ik: ik moet weer eens wat schrijven; een soort innerlijke aansporing. Ik geloof niet erg in inspiratie. Wel in die aandrang. Dat levert goede gedichten op. Als ik de hele dag niks gedaan heb, denk ik 's avonds: nou kom zeg! Het moet rustig en stil zijn. Dan schrijf ik een zin of een regel. Het gaat me om mooie regels. Bijna altijd de eerste regel van het gedicht. Ik werk van begin naar eind. De volgende strofe is een kwestie van ritme. Ik eindig een strofe meestal met een punt. Ik vind het aanstellerij om dat niet te doen. Ik werk ook op uiterlijk, het moet er mooi uitzien.'

'Laat de avond vallen' en dan denken?'Nee, die regel kwam in zijn geheel. Dat komt door het ritme.Zo klinkt de regel beter dan: "Ik laat de avond vallen." Toen kwam de tweede strofe. En dan moet er wat gebeuren.'

Je leest het nog een keer en dan ga je nadenken?'Nadenken? Ik weet niet of het zo gaat. Het is vager. Ik heb het idee: het is niet af en ik kan ook niet zo doorgaan. Er moet iets gebeuren. Iets dat het interessant maakt.'

Dat woord 'zeil': waar komt dat vandaan?'Ik denk uit die uitdrukking daarvoor: "Recht zo die gaat!" Dat is toch een scheepvaartuitdrukking?'

Dat 'maar nergens sluimert haperen' is verbonden met de derde regel: 'zolang het schemert kan het misgaan'.'Ja, ik wil het ook graag zelf doen. Degene zijn die staat te kijken. Je moet wat tegenstand ondervinden om er enig krediet voor te krijgen. Het gaat zo vanzelf dat je bijna gaat denken dat het ook vanzelf gaat.'

'...niets mokt'. Een beetje ouderwets woord. Dat gebruik je graag, bijvoorbeeld ook 'vochte' in 'laat het vochte licht dat avond is mij veinzen' in 'Wat wint, dat wint'.'Dat is gewoon een mooi woord. 'Vochte' ben ik ergens tegengekomen.Ik heb een file met dat soort woorden. Ik print ze uit en neem ze mee op vakantie, zodat ik wat te doen heb. Dat doe ik ook met mislukte gedichten. De mooie zinnen haal ik er uit en zet ze apart.De rest gooi ik weg.'

Lees je woordenboeken?'Sinds kort heb ik het WNT op de computer en daar lees ik wel eens in.'

'Zolang het dit is wat ik doe gehoorzaamt men glimlachend. 'Men' is een soort onbegrijpelijke macht.'Er is het sterke vermoeden dat als je nu gaat proberen het dag te laten worden, dat het wel eens zou kunnen mislukken. Je weet ook nooit zeker dat het morgen weer dag wordt. Je mag er wel van uitgaan, maar je weet het niet zeker.'

Waarom is de ik in het gedicht 'zeer vermoeid'?'De "ik" heeft toch maar net de avond laten vallen.Dat is niet niks.'

En je wilt weerstand hebben, tegenstand?'Ja, je twijfelt toch een beetje of je het zelf wel gedaan hebt. Het ging te gemakkelijk. Je moest bijna tot de conclusie komen dat het inderdaad vanzelf gaat.'
------------------------------------------------------------------------
Ik vind dat het iets moet betekenen en dat
het begrijpelijk moet zijn.
------------------------------------------------------------------------
Welke gedachte zit er achter dat het niet vanzelf gaat?'Dat wil de "ik". Hij wil het zelf doen. Hij wil er invloed op hebben. Hij wil beslissingen nemen, maar hij is bang dat het allemaal maar vanzelf gaat en zinloos is.'

Kloos: 'Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten.''Daar lijkt dit wel een beetje op, behalve dat deze ik vreest dat het onterecht is. Hij weet bijna zeker dat het niet waar is.'

In 'Avondval' zit veel dreiging. Is het leven een zinloze chaos?'Zinloos is het zeker. Maar dat lijkt me niet zo erg. Als er zin was, was er een opdracht. Dan kon je mislukken.'

'Wees blij dat het leven geen zin heeft.''Lijkt me wel ja. Jaap van Heerden schreef dat. Volkomen logisch.Ik keek er niet van op. Mooi gezegd. Ik heb wel belangstelling voor religie. Het is ook mooi. Religieuze kunst.'

In het gedicht 'Zinloosheid' heb je het over het 'GrootVertrouwen In De Zinloosheid Van Alle Dingen. [...] Het zet alles in een stormjas / van geladenheid, het is een / lamp die niet gemaakt is / met het doel om licht te geven. // Zelfgenoeg-, behaagzaam stralend / lekt het bijverschijnsel woorden.' Poëzie.

Zinloosheid
1.
Het staat op een tafeltje
in de woonkamer, in de hoek:
een Groot Vertrouwen In De
Zinloosheid Van Alle Dingen.
Ik bekijk het lusteloos, gelukkig,
laat lichaamslucht ontsnappen,
ik steek geen vinger uit.
Als zonlicht vult het de ruimte.
Het zet alles in een stormjas
van geladenheid, het is een
lamp die niet gemaakt is
met het doel om licht te geven.
Zelfgenoeg-, behaagzaam stralend
lekt het bijverschijnsel woorden.

'Ja. Dat is toch weer het belangrijkste dat er is. Hier wel
eventjes.'

Waarom beperk je dat nou tot 'hier wel eventjes'?'Gezien het gegeven dat alles zinloos is, dat het leven zinloos is en dus alles wat in dienst van het leven staat. Elke gewone baan, elke bezigheid. Zelfs die van de grootste staatsman. Dan kun je alleen maar iets als kunst overhouden. Dat is het enige.'

Gedichten als toevallig restproduct?'Dat is natuurlijk wel zo. Ik heb altijd het idee dat het zeer toevallig is wat er op papier komt. Voordat je schrijft heb je nog geen idee. Je hebt geen bedoeling. Achteraf maak je dat er naar door het te interpreteren, maar het is maar toevallig.In de bundel staat alleen wat toevallig in goede gedichten terechtgekomen is. Je kunt wel iets zeggen dat veel belangrijker is, maar als het gedicht dan slecht is, komt het hier toch niet in.Ik heb ook geen bezwaar om dingen te beweren die ik helemaal niet meende op die manier. Het paste toevallig. Ik schrijf nooit ergens over, het komt er toevallig in.'

'We slaan de ogen neer en ballen zeer beslist de vuist.'[in 'Avondval'] De vuisten worden nogal eens gebald of er wordt verzet geboden. De onderlip wordt tussen de tanden geklemd. Dit is geen passieve poëzie, zoals ik wel in kritieken las.'Die gedichten heb ik bewust aan het begin gezet. Het is geen passieve poëzie. Dat heeft niet iedereen gezien. Het is bijna verzetspoëzie. Het is bijkomstig dat veel zich binnenshuis afspeelt. Wat maakt dat nou uit? Een huis is trouwens een interessant ding. Je eigen plek in de wereld, waarin je de dingen nog een beetje onder controle hebt.'

'Nu te strijden om het leiderschap...''Om de macht. Ook binnenshuis, waar je met meer mensen bent.Wat altijd wel gebeurt, vrees ik. Weddenschappen over hoe het afloopt daarbinnen. Ze wedden niet over de zonsondergang. Daar hebben ze zich al bij neergelegd in dit geval. Het woord "wet"in de slotregel "om stilte vraagt, de weddenschappen sluit, de glimlach wet" is dubbelzinnig: de messen worden gewet, en het is ook de wet die buiten heerst. Het is een lange regel. Ik merk dat als ik het voorlees. Eerst het werkwoord wetten, maar ook lijkt het een wet te zijn te moeten glimlachen in de wereld.'

In 'Olie op water' heb je het over: 'De kunst die we beoefenen/ is die van het in toom houden, het beteugelen'.

Olie op water. De kunst die we beoefenen
is die van het in toom houden, het beteugelen -
de glans daarvan, de vele kleuren, bijna wild.
De stilte zoekt zich na elke voetstap
wedergeboren te worden, maar heeft moeite.
Argwanend zoeken blikken, zoeklichten, de straat
tot aan het einde af, soms tot vergetens toe.
We gaan voorzichtig zitten, laten onze dranken
tot volmaakte stilstand komen in de glazen,
tot het vocht dat aan de wanden hangt nog
aangebracht lijkt met een doel: te glanzen,
ons in ademloosheid te doen stollen.
Maar we hijgen, kloppen, tikken, bonzen,
schuren zwaar langs allerhande oppervlakken,
piepen, knarsen, wringen zo dat het een aard heeft:
die van ons, die losser, lozer, opgewekter is dan
we soms willen; 's avonds, als het plechtig stilvalt.

'De dichter wil de dingen in de hand houden, beteugelen. De onbegrijpelijke orde begrijpen. Hoe alles is zoals het is, dat is niet te bevatten. Het lijkt toeval, maar het is onze enige orde. En dan is het ook nog eens mooi! Ongetwijfeld had je een andere situatie ook mooi gevonden, omdat je dan anders was ingericht. Er is altijd het opvallende feit dat we er zijn. Dat blijft een beetje raar. Het is wel erg toevallig. Zolang daar geen verklaring voor is, kan het in het uiterste geval nog die ene zijn, van een schepping. Tot ze uitvinden hoe leven ontstaat? Als het ergens in de evolutie een andere kant was uitgegaan, hadden we dát weer toevallig gevonden. Een van de mogelijkheden moet het toch zijn. Zo zijn er ook mensen die de loterij winnen. Het moet toch iemand zijn. Het is wel toevallig, maar goed, het is ook onvermijdelijk.Dat er iets is en niet niets, dát is heel vreemd; de rest is toevallig. Misschien kunnen we uit dat punt nog hoop putten,dat het toch íets voorstelt.'

'Maar we hijgen, kloppen, tikken, bonzen, / schuren zwaar langs allerhande oppervlakken, / piepen, knarsen, wringen zo dat het een aard heeft: // die van ons'. Het normale leven.'Ja en we maken zelf ook herrie in ons lichaam. En "lozer":mis, onnodig, zinloos mag ook. Waarom eigenlijk en waarom hier?Maar het is zo. Er is geen troost "behalve dat niets troost".Dat besef helpt. De dingen mooi zeggen helpt ook, voor zolang het duurt. Als je mooi zegt dat iedereen dood gaat, is het even niet erg, heb ik het idee.
Elke dag die aanbreekt, de verpakkingen die je moet openmaken.Je maakt steeds dingen stuk. We vervloeken dat omdat het uiteindelijk tot de dood leidt.
Je vindt het leven automatisch mooi. We zijn ingericht om de wereld mooi te vinden. Als er een andere wereld was geweest, hadden we die ook mooi gevonden. Dat weet ik wel zeker.'

We leven ook in een verschrikkelijk wereld.'Zo kun je het ook zeggen. Het maakt niet zo veel uit. De existentialisten zullen zonsondergangen ook mooi gevonden hebben. Onwillekeurig misschien, maar... Je kunt je afvragen of ze het echt mooi vonden. We hebben natuurlijk geleerd om ze mooi te vinden.'

En het kwaad?'Ja, je kunt zelfmoord plegen. Dat mag ook wel, maar het helpt niet. Integendeel. Als je zelf anders bent, zou je kunnen zeggen:alleen door er te zijn, maak je het iets minder erg. Je moet er iets van maken. Dat is de enige oplossing. Kom op! Je kunt wel bij de pakken blijven zitten omdat het allemaal zinloos is, maar het is nu eenmaal zo. Je moet iets te doen hebben. Dat lijkt me het allerbelangrijkste. Je moet een bezigheid hebben waarmee je tevreden bent. Dat was het aardige van de roman. Dan wist ik wat ik de volgende dag moest doen.'

In 'Van dit uur naar het volgende' schrijf je: 'Wij dragen gewaden die tot de grond reiken. / Wat ons voortbeweegt blijft duister.' Die gewaden, is dat spot?'Ja, een beetje wel. Wat ons voortbeweegt blijft duister. Op de rand van aanstellerij. Een beetje mysterieus doen. Ook dat schuifelen.'

Vind je het een prettige gedachte dat als jij dood bent, die gedichten er nog zullen zijn?'Nee. Dat maakt me niks uit. Ik wil wel dat ze nu goed genoeg zijn om dat te kunnen halen. Ik wil dat ze zo goed zijn dat ik ze over twintig, dertig jaar nog goed vind. Dat vind ik wel belangrijk. Plezier in het schrijven is niet genoeg. Het moet resultaat hebben.Als je een wedstrijd speelt, moet je hem ook willen winnen. Je moet fanatiek zijn. Dat heb ik met voetballen ook. Je moet goede gedichten willen maken. Als je een beetje voor je lol schrijft, kom je nooit tot een goed gedicht. Ik hou wel van werken, maar ik vind het toch moeilijk om het te doen.'

Het volgende gedicht, 'Dit over het huis spoelende', is zeer dreigend. Het mysterium tremendum et fascinans. Verschrikkelijk,maar aantrekkelijk. Zoals de mot die naar de kaarsvlam moet.'Toeval en lot maken niet zoveel verschil. Tijd is een groot woord.'

Je gebruikt veel tegenwoordig deelwoorden in je gedichten.'Peter de Boer in Trouw had daar een mooie theorie over, wat voor effect dat teweegbracht. Daar had ik ook nooit over nagedacht.Dat het stilstand bracht. Een eeuwig nu misschien.'

'...het ratelen van de kettingen / over de raderen van wat aandrijft? - Iets groots, ten minste, is het, // en het dreigt, branding, omver te werpen hem die grootogig toekijkt.' Ik denk dat de bundel daar over gaat.'Dat geloof ik ook wel. Wat is het? Wat doet het? Hoe kom je er onderuit? Hoe hou je het buiten? De donkerte 's nachts is dreigend. Als je 's nacht het licht aan hebt, is er niets meer buiten; "waarna niets dit huis omhult nog, knellend"[uit 'Terwijl de mensen sterven', RE]. Het woord "knellend"is belangrijk. Dat is de goede vondst in het gedicht. Zonder dat woord was het niet zo veel.
Ik hou niet erg van die zogenaamde kinderlijke verwondering van dichters.'

'Alsof er iets gebeurt'. Die titel moet je letterlijk nemen.'Ja. Die titel wordt trouwens steeds weer verkeerd geciteerd.Alsof er niets gebeurt. Alsof er iets is gebeurd. Alsof er niets gebeurd is.'

'Klein huis' eindigt met: 'Het krimpen kan onmogelijk ver weg zijn.' De kosmische 'big crunch'?'Daar heb ik stiekem wel aan willen refereren.'

Het gedicht 'Niet gestoord willende worden' begint zo: 'Niet gestoord willende worden, / slechts gestoord door het niet gestoord willen worden'...'Dat is typisch de staat van het schrijven. Wachten tot je kunt schrijven. Ik draai er altijd omheen. Dan is het al lang goed en stil om me heen en dan ben ik zelf nog niet rustig.'
MARK BOOG, ALSOF ER IETS GEBEURT
Meulenhoff, Amsterdam, 2000
62 p. / ¤ 11,34

De vuistslag
De vuistslag, de roman van Mark Boog, prozatekst zou ik liever zeggen, had net zo goed 'Alsof er iets gebeurt' kunnen heten. De dichtbundel kan daarentegen niet 'De vuistslag' heten. De bundel gaat over de dreiging: het is alsof er iets gebeurt. In de prozatekst ìs het gebeurd. De hoofdpersoon is onverhoeds geveld en zodanig in elkaar geslagen, dat het geruime tijd duurt vóór hij uit het ziekenhuis kan worden ontslagen. Er gebeurt niet veel in het verhaal. Het is opgebouwd uit korte stukken met bespiegelingen van de hoofdpersoon. Er komt bezoek van zijn broer, zijn zus,van ondervragers. Hij lijkt een gevaarlijk man, maar omdat alles wordt verteld vanuit zijn perspectief, komen we er als lezer niet goed achter. Heeft hij zich schuldig gemaakt aan tomeloos geweld? Zelf noemt hij het 'regelend optreden'. Ook een kind wordt door hem hardhandig gecorrigeerd. Is de vuistslag, een eufemisme voorde behandeling die hem in het ziekenhuis heeft doen belanden, een wraakactie? Hij terroriseert, voor zover dat mogelijk is in zijn toestand, het verplegend personeel. Hij spreekt 'met geheven wijsvinger' de verpleegster toe: 'Mensen die verrukt op verrassingen reageren, die wild en avontuurlijk willen leven, die liever geen controle over hun leven willen, zijn geneigd tot indutten, tot saaiheid [...] Zij daarentegen die alles onder controle willen hebben, die rust en sleur zoeken, zijn anders: bij hen dreigende zaken voortdurend uit de hand te lopen, zij neigen naar chaos.[...] Ik wil dus weten wat ik vanavond eet, zoals elke dag. Ik wens níet verrast te worden.'
De tijd staat stil of schiet ongemerkt voorbij. De korte stukken tekst zijn foto's; het geheel is te vergelijken met een fotoreportage van een innerlijk. Een roman zou een film zijn.
De hoofdpersoon is allesbehalve een lijdzame figuur; hij is een dostojevskiaans personage dat orde op zaken wil stellen, de chaos wil beheersen, ook in zichzelf. Desnoods met geweld. Hij is een misantroop. Of een realist? De tekst van Mark Boog is somber.Of realistisch? Het personage lijkt een hyperbool van de dichter: een filosoof van nature. Soms zegt hij dezelfde dingen als de lyrische ik. 'De dagen regen zich als vanzelf aaneen - het was waarschijnlijk dat het inderdaad vanzelf ging.' 'Niemand raakt me zonder aankondiging aan. Ik schrik daarvan, trek me terug zelfs als de aanraking eigenlijk welkom is.' 'Geluk is bedrog, ongeluk is aanstellerij.'
Mark Boog schreef een indrukwekkende tekst, die angstwekkend actueel is en die, net als de dichtbundel, met grote voorspellende kracht uitspraken doet over de chaotische wereld waarin wij leven. De tekst eindigt malicieus of berustend, zonder illusies - dat hangt van je instelling af - met de woorden: 'Ik doe niet meer dan mijn plicht: mijn tuin op orde houden en de buren niet lastigvallen. Hetzelfde, niets meer, verwacht ik van die buren. Tuinieren tot het einde.' (R.E.)
MARK BOOG, DE VUISTSLAG
Meulenhoff, Amsterdam, 2001
176 p. / ¤ 13,50

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen